|

|
Vaak is bovengrondse infiltratie te wijten aan doorslaand regenwater. In
dat geval kan worden gedacht aan het hydrofoberen van de gevel.
Maar men dient toch op te letten!
Volgens de Nederlandse RDMZ of Rijksdienst voor Monumentenzorg dient men
volgende criteria in acht te nemen:
“Wanneer bouwkundige
maatregelen geen oplossing kunnen bieden in het voorkomen van
vochtdoorslag in gevels of wanneer er andere (bijvoorbeeld esthetische)
redenen zijn die dergelijke ingrepen niet toestaan, kan hydrofoberen
worden overwogen. Daarbij moet de gevelconstructie uitdrukkelijk aan de
volgende voorwaarden voldoen:
1. De gevel moet in een
goede bouwkundige staat verkeren
Het gebouw moet een stabiele gevel- en/of funderingsconstructie hebben.
Tevens moet de gevel bestaan uit gaaf metselwerk (stenen en voegen), dus
ook vrij van scheuren.
2. Het
materiaal in de gevel moet homogeen van aard zijn
TNO-onderzoek heeft uitgewezen dat de eventueel te hydrofoberen
ondergrond homogeen van karakter moet zijn, wil het materiaal het middel
gelijkmatig opnemen.
3. Het
hydrofobeermiddel moet voldoende aanslaan
Uit onderzoek is gebleken dat hydrofobeermiddelen zeer divers op
materialen kunnen reageren. Hieruit blijkt dat deze middelen moeilijk
kunnen worden aangebracht op een muur die is opgebouwd uit diverse
materiaalsoorten.
4. De gevel
mag geen vocht bevatten (denk aan inwaterend en optrekkend vocht)
Het aanwezige vocht in de gevel kan na hydrofoberen alleen in dampvorm
uittreden. Deze vertraging van het vochttransport geeft een grote kans
op vorstschade in de winter en een aangetaste gevel is het gevolg. De
aanwezigheid van vocht in de gevel kan door meting worden vastgesteld.
5. De gevel
mag geen zouten bevatten
In verreweg de meeste gevallen is er bij monumentale gevels sprake van
de aanwezigheid van zouten. In dat geval is hydrofoberen niet mogelijk.
Het TNO-onderzoek heeft aangetoond, dat de kristallisatie van zouten
ernstige schade aan de gevel kan toebrengen. Zouten zijn soms zichtbaar
als uitbloei in de gevel, die wit van kleur is. Schilfervorming bij
baksteen kan een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van zouten. De
zoutbelasting van de gevel kan, evenals de vochtbelasting, door meting
worden vastgesteld. Vocht- en zoutschade gaan vaak samen.
Resumerend kan worden gesteld, dat hydrofoberen van gevels, en zeker
gevels van monumenten, slechts in bepaalde gevallen na zorgvuldig
onderzoek mogelijk is. De resultaten van het door TNO verrichte
onderzoek bevestigen deze voorzichtige houding van de Rijksdienst voor
de Monumentenzorg
als het om hydrofoberen van gevels gaat. Alleen na zorgvuldig
vooronderzoek door een deskundige, zo stelt het onderzoeksrapport, kan
een verantwoorde beslissing worden genomen.”
|